Antibiotica in de veehouderij en resistentie bacteriën bij mensen.

Op 31 augustus is het rapport “Antibiotica in de veehouderij en resistentie bacteriën bij mensen” door de Gezondheidsraad aangeboden aan minister Schippers van VWS.
 
Wat betreft de adviezen die gegeven worden in dit rapport een aantal overwegingen.

Algemeen
Ook de dierenartsen van Boschhoven onderschrijven de doelstelling om het antibioticumgebruik in de dierhouderij (in casu. de varkenshouderij) en het risico op resistentievorming te reduceren.

In het desbetreffende rapport wordt als top drie van resistente bacteriën genoemd de vancomycine resistente enterococcen (VRE), de methcillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) en de Extended Spectrum Bèta-Lactamase (ESBL) producerende bacteriën.

Uit rapportages blijkt dat er nog slechts een zéér laag percentage VRE aangetoond worden in mest van varkens en op varkensvlees in Nederland.
Het is uit divers wetenschappelijk onderzoek bekend dat MRSA wijd verspreid in de Nederlandse varkenshouderij aanwezig is.
De aanwezigheid van ESBL producerende bacteriën in de Nederlandse varkenshouderij is op dit moment nog niet volledig in zicht. Er loopt nog onderzoek

Antibioticumgebruik
Wat betreft de maatregelen die in het Gezondheidsraad rapport vermeld worden het volgende.

Korte termijn maatregelen:
- Het niet toelaten van tigecycline op de veterinaire markt;
- Het ontmoedigen van het gebruik van werkzame stoffen uit de groep carbapenems in de diergeneeskunde;
- Het verbieden van het gebruik van 3e en 4egeneratie cephalosporinen voor groepsgewijze behandeling (koppelbehandeling) van dieren;
- Nieuwe antibiotica en antibiotica die nog niet of niet meer in de diergeneeskunde toegepast worden in eerste instantie alleen voor gebruik bij mensen reserveren;

Lange termijn maatregelen:
-    Het zoeken van een alternatief voor colistine (polymyxine E);
Dat is een punt van zorg.
Het is het eerste keuze (volgens het Formularium Varkens van de KNMvD) middel voor de orale behandeling van infecties met gram negatieve bacteriën zoals E. coli en Salmonella. Behalve dat dit antibioticum de desbetreffende bacteriën worden ook de toxinen geproduceerd door E. coli weggevangen. Het is de vraag of hier een geschikt alternatief voor beschikbaar is.

  • Het uitsluiten van alle bèta lactam antibiotica voor preventief en systematisch gebruik in de dierhouderij.

Het gaat hierbij met name om de penicillinen (penicilline G, amoxicilline en ampicilline).Therapeutisch gebruik voor individuele dieren zal op basis van goede diagnostiek in uitzonderingsgevallen mogelijk moeten blijven;
-      Stoppen met het gebruik van fluorochinolonen (o.a. baytril en enroxil) behalve voor therapeutische toepassing bij individuele dieren op basis van goede diagnostiek en volgens professionele richtlijnen.
-      Stoppen met het gebruik van aminoglycosiden (neomycine, streptomycine, e.a.) behalve voor therapeutische toepassing bij individuele dieren op basis van goede diagnostiek en volgens professionele richtlijnen.

In de toekomst zal de beschikbaarheid van bepaalde producten een punt van zorg zijn, alsmede de te verwachten lange wachttijden van bepaalde producten.