![]() |
![]() |
||
|---|---|---|---|
Atypische myopathieMet name het laatste jaar zijn er veel incidenten geweest waarbij paarden die in de wei gehouden worden ernstig ziek zijn geworden vanwege een spierziekte waarvan tot voor kort de oorzaak onbekend was. Na onderzoek is gebleken dat hier sprake is geweest van uitbraken van "Atypische Myopathie". Atypische Myopathie betekentin dat het om een spier (myo) aandoening (pathie) gaat waarvan de oorzaak niet in een bestaand ziektebeeld past (atypisch). Het beeld van de myopathie die we momenteel zien past daar totaal niet bij. Het gaat bij deze uitbraken zonder uitzondering om paarden die elke dag minimaal halve dagen op de wei staan en om opfokdieren die dag en nacht weidegang hebben. Van deze paarden wordt geen werk gevraagd De heftige schade aan de spieren, die acuut ontstaat, is zeer ernstig en was tot nu toe onverklaarbaar. Het gaat om een veel ernstigere aandoening dan Maandagziekte. De laatste jaren wordt in het voor- en najaar steeds vaker melding gemaakt van uitbraken, waarbij paarden acuut niet meer van hun plaats af konden komen, daarbij donkerbruin urineerden en waarbij veelal meerdere paarden in een wei dit beeld vertoonden. Deze patiënten verslechterden veelal ondanks (intensieve) behandeling, met sterfte tot gevolg. Omdat dit een schijnbaar nieuwe paardenziekte was is men bij de Universiteitskliniek Paard in Utrecht begonnen met een onderzoek naar deze ‘Atypische Myopathie’. Eind vorig jaar maakten zij al melding van een eerste resultaat in dit onderzoek, namelijk een ernstige ontsporing van de vetstofwisseling waardoor er een ophoping ontstaat van schadelijke stofwisselingsproducten en een tekort aan stofwisselingsproducten die energie leveren. Spiercellen raken hierdoor massaal beschadigd. Deze massale beschadiging bovenop een al verstoorde stofwisseling kan niet door het lichaam opgevangen worden waardoor de meeste paarden met deze aandoening binnen 72 uur na het begin ervan sterven. De vermoedelijke oorzaak van de verstoring werd gezocht in een gifstof. De laatste ontwikkeling is dat deze gifstof vermoedelijk gevonden is. Het blijkt dat in elke wei waarin paarden de aandoening kregen, esdoornbladeren en/of -twijgjes gevonden konden worden. Op de delen van de Esdoorn leeft een schimmel die voor de boom geen kwaad kan, maar die een gifstof produceert die na opname door het paard de bovengenoemde grote gevolgen kan hebben. Omdat de aandoening bijna exclusief in voor- en najaar optreedt kan vermoed worden dat het probleem alleen in afgevallen bladeren/twijgen ontstaat. Makkelijker gezegd dan gedaan is de preventie. In weides met Esdoorn in de buurt moet natuurlijk goed opgelet worden. Zo mogelijk moet afval van deze bomen verwijderd worden of het betreffende stuk van de wei moet afgezet worden. Het bijvoeren van ruwvoer of halve dagen opstallen lijkt een verlaging van de kans op deze aandoening te geven, maar zeker geen garantie dat het niet zal optreden. Mocht uw paard toch tekenen van Atypische Myopathie hebben dan zijn de volgende zaken van belang: Samengevat nogmaals het symptomenbeeld:
|
|||
![]() |
|||